Isabelle De Baets

Mieke Teirlinck houdt getrouw vast aan de schilderkunst om de werkelijkheid na te bootsen. Schilderkunst en haar vermogen tot nabootsing of mimesis:  Het was en blijft tot op vandaag het belangrijkste gegeven binnen de schilderpraktijk.  Tijdens zijn zoektocht naar een eigen beeldtaal is de schilder nooit louter bezig met de getrouwe weergave van de zintuiglijke werkelijkheid, eerder wil hij een essentie uitdrukken die achter de werkelijkheid verborgen zit.  Al van in de Klassieke Oudheid hanteert de filosoof Plato de metafoor van de grot om het onderscheid tussen beiden aan te geven.  De vastgeketende grotbewoners ervoeren de schaduwen die nabij de ingang van de grot op de rotswanden verschenen als werkelijkheid, terwijl het maar om flauwe afspiegelingen ging van de werkelijkheid die zich buiten de grot bevond.  Volgens Plato was de werkelijke realiteit ‘de wereld van ideeën, die we niet rechtstreeks kunnen zien, maar die toch overal aanwezig is.  Deze bevat perfecte vormen of beelden waarin universele algemeenheden te ontdekken zijn.  Het specifieke of individuele van objecten is er slechts een flauw afkooksel van.  Het werk van M.T. past binnen dit kader.  Elk schilderij kan dan ook gezien worden als een poging om iets wezenlijks achter de werkelijkheid weer te geven.

Mieke Teirlinck’s schilderijen gaan over fragiliteit, verloren onschuld en imperfectie.  Ze wil zaken onder de aandacht brengen die nog al te vaak verdoezeld worden, ook al worden we er dagdagelijks mee geconfronteerd.Teirlinck weet die thema’steeds subtieler en verrassender vorm te geven doorheen haar oeuvre.  Ze raakte bekend met twee portrettenreeksen Koppen 2002, een reeks van 21 portretten van medewerkers van Brugge 2002 (Brugge Culturele Hoofdstad van Europa in 2002) en Corpus 2005, een reeks van naakte rugzichten van naakte mannen en vrouwen, waaronder zich Corpus (Evelyn) bevindt, die ze schilderde naar aanleiding van het grote zomerevenement Corpus 2005 in Brugge.  In beide reeksen trachtte ze elke persoon weer te geven zoals hij/zij is, onverbloemd, met al zijn onvolmaaktheden.  In meer recent werk, Paradis Perdu (2011) een reeks met beelden van porseleinen postuurtjes en popjes in geschonden toestand, geeft ze de menselijke kwetsbaarheid meer gelaagd weer.  The Fantasy (2010) toont een nijlpaard dat zich lijkt te ontfermen over een verlaten kind.  Farewell - II (2011) verwijst naar de broosheid van de kindertijd.  Les Blessés (2011), een postuurtje van een echtpaar dat in verband gewikkeld is,, roept het prille levensgeluk op van een pas gehuwd stel.  Het werk handelt vaak over opgelopen kwetsuren die niet of moeilijk te helen zijn.  Dat soort broosheid wordt ook delicaat uitgedrukt in de stillevens van porseleinen vogeltjes op een spiegel.  Niets is wat het lijkt.  De zwarte zwaan in The Desire (2011) was oorspronkelijk wit, lezen we uit de weerspiegeling van het dier in het water.  Met dat soort omkeringen doorbreekt ze de zoeterige sfeer van het beeld en geeft ze het een onbehaaglijk karakter.

MT. werkt rond wat haar blijft bezighouden, belangrijke gebeurtenissen of ervaringen die haar heeft aangegrepen in haar jeugd. Tijdens een revalidatieperiode in haar puberteit droeg ze een tijd een ijzeren korset.  Dit gebeuren duikt op een verrassende manier op in één van haar schilderijen.  L’imperfection I & II (2011), dat een porseleinen pop laat zien zonder bovenkleding.

Bij het werkproces om tot een beeld te komen wil Teirlinck de fysieke aanwezigheid lijfelijk ervaren van hetgeen ze schildert. Die aanpak- van de nabijheid opzoekend- is het best voelbaar in de portretten en de landschappen. Ze portretteert mensen met heel diverse achtergronden, gewone mensen, waar dan meestal wel een verhaal aan vasthangt. Vaak focust ze daarbij op mensen aan de rand van de samenleving, die getekend zijn door ziekte of beperkingen. De personen die ze potrettteerde hebben allen in haar atelier geposeerd. Een bekende reeks portretten van Teirlinck is die uit 2007 van mensen met een verstandelijke beperking uit het Dienstencentrum Ter Dreve in Brugge.  Ze heeft ze met groot respect weergegeven  zoals ze zijn, broos en tegelijk sterk.

 Voor het schilderen van een landschap laat Teirlinck zich omgeven door het landschap  Ze werkt ‘en plein air’.  Teirlinck houdt zich vast aan de nat-in-nat schildertechniek, waarbij haar pasteuze verftoetsen duidelijk voelbaar zijn.  Haar briljante,, levendige kleurenpalet leidt tot prachtige kleurovergangen en een subtiele licht- en schaduwwerking. Teirlincks’ levensechte vleestinten, zoals in Corpus (Evelyn) (2012) roepen referenties op aan de naakten van Lucian Freud en aan de stillevens met vleesklompen van Cindy Wright.

Teirlinck brengt haar onderwerp meestal centraal in beeld. Er is geen achtergrond, enscenering op het tweede plan of kader dat de aandacht afleidt. De focus blijft volledig gericht op het onderwerp. Dit leidt bijvoorbeeld tot erg dynamische voorstellingen van dieren, die uit het doek naar voren lijken te springen, zoals (Our Dog) (2013), een verloren gelopen hond in een sneeuwlandschap van Teirlinck.

2013
uit tekst voor Tea for Two, tentoonstelling in Villa de Olmen met Xavier Tricot