Marc Holthof

Mieke Teirlinck (Brugge, 1959) kreeg een kunstopleiding, maar ze begon slechts te schilderen in 1992 nadat zij en haar man terugkeerden na een verblijf in Suriname en Frans Guyana. Ze begon met avondles te volgen aan de academie van Brugge. Langzaam maar zeker ontbolsterde ze zich tot een schilder met een indrukwekkende eigen visie.

Fragiliteit staat centraal in haar oeuvre. De fragiliteit van het licht dat ze steeds weer opzoekt, maar ook de fragiliteit van de onderwerpen die ze weergeeft.  Haar oeuvre is erg divers: landschappen, stillevens, portretten, naakten  - maar fragiliteit in al zijn betekenissen is steeds weer het sleutelwoord ervoor. Ze weigert het keurslijf van een kader voor haar doeken: ze laat de beschildering doorlopen tot op de randen, zodat ook het doek naakt en kwetsbaar blijft.

Mieke Teirlinck houdt ervan om in de natuur te schilderen, met de ezel 'en plein air' - liefst in rotsachtige, karaktervolle gebieden dicht bij de zee waar zon, lucht en water voor een subtiel lichtspel zorgen. Een van haar mooiste landschapsschilderijen is echter een tweeluik gemaakt in Het Zwin dat in tegenlicht, haast uitgevaagd, het voor haar zo moeilijk vatbare, 'oninteressant platte' landschap toont als stroken licht waartussen groepen van kleine menselijke figuren verdwaald lijken.

In 2001 debuteerde ze in de Bogardenkapel in Brugge.

Voor de portrettenreeks 'Koppen 2002' schilderde ze in opdracht van Brugge, Europese Culturele hoofdstad 2002, 21 portretten van medewerkers aan het gebeuren. Van artistiek leider Hugo De Greef tot personages achter de schermen.

In 2007 maakte ze een indrukwekkende reeks portretten van patiënten van tehuis Ter Dreve. Twee ervan werden aangekocht door Museum Dr. Guislain in Gent, met één ervan werd ze geselecteerd voor een BP Award en opgenomen in de cataloog van 20 jaar BP Awards. Er is niets voyeuristisch aan deze portretten van mentaal gehandicapten, nee: zij worden uitgebeeld als mensen als u en ik. Niet toevallig stelt Mieke Teirlinck zich de vraag: “Mocht het omgekeerd zijn en mensen met beperkingen in de meerderheid zijn, zouden de rollen dan niet omgekeerd zijn ? Wat is hier dan volmaaktheid of onvolmaaktheid...?”

Maar fragiliteit refereert bij Mieke Teirlinck meer dan naar het lichamelijke of geestelijke. Naast een serie rugzichten van naakten voor de tentoonstelling Corpus in Brugge of de reeks 'Outdoors' rond de patiënten van Ter Dreve schilderde ze stillevens met... patisserie en koekjes waarvan ze in brede verfstreken de lichtimpressies vat. Haar toetsen zijn hierbij duidelijk zichtbaar: “ik wil dat mensen mijn karakteristieke schildersstempel kunnen zien, en herkennen. Ik wil dat je ziet dat het geschilderd is”, zegt ze. Ze schildert nat-in-nat met olieverf, mengt haar kleuren nog op het doek zelf - wat voor prachtige overgangen zorgt.

Recent heeft haar kleurenpalet een grote verandering ondergaan: de bruinen, gelen, de vleeskleur die wat herinnerden aan het werk van Lucian Freud zijn vervangen door een duister, geladen en geheimzinnig palet: van blauwen tot zeer donker, bijna zwart... Tegelijk toont ze niet alles meer aan de kijker, maar laat hem liever gissen en zoeken.

De nieuwe reeks 'Fragile' zou je een samenvatting en bekroning van haar voorlopig oeuvre kunnen noemen. Ze bestaat uit stillevens en portretten. Stillevens van fragiele porseleinen popjes die ze op de voddenmarkt verzamelde. Maar ze weet deze kitscherige dingen tot leven te brengen, er een 'unheimliche' sfeer mee te creëren: dartelende naakte engeltjes die op hun zij of met hun benen omhoog uitgebeeld worden, krijgen iets hulpe- en weerloos. Met poppen geeft ze ook de onvolmaaktheid van het lichaam weer, de lichaamsdelen hangen er als losse onderdelen aan. De fragiliteit van de menselijke conditie wordt duidelijk in een serie doeken waarin kinderbeentjes in ijzeren beugels getoond worden, een prematuurtje, of iemand op een ziekbed. En dan is er nog het pakkende schilderij van naakte voeten naast een gevallen tas koffie.

Erg sterk zijn de 'ingepakte' voorwerpen: een vreemd soort kikkervis blijkt een pop te zijn die ingepakt is in nopjesplastiek: symbool van de voorbije kinderjaren en hun verloren onschuld, maar tegelijk is het ook een onheilspellend, visceraal aandoend, monsterlijk voorwerp. Nog vreemder is een porseleinen huwelijksbeeldje dat onherkenbaar ingepakt is in verband.

Mieke Teirlinck beeldt het leven uit zoals het is, onverbloemd. Als ze dingen toont die ingepakt of in verband zitten, is het om duidelijk te maken dat zij het leven wil tonen zoals het is, zonder vooroordelen, naakt en zonder kader. Haar twee portretten van Chris Willemsen, ondertussen bekend als acteur in de tv-serie 'De Ronde', zijn wat dat betreft exemplarisch: zonder voyeurisme of paternalisme geeft ze hem weer zoals hij is, in al zijn menselijke waardigheid. Fragiel, maar ook sterk - zoals het oeuvre van Mieke Teirlinck zelf.

2011
Copyright Zwart Huis